In deze blog vind je een beetje van alles. Reisimpressies, gedichten, columns... Elke eerste zaterdag van de maand zal ik hier iets posten. Waar in mijn romans en novellen de stemmen van de personages weerklinken, kun je hier kennismaken met mijn stem.
* * *
SANTA LUZIA, Praia do Barril
Het einde van de reis nadert en de oceaan roept. Ik loop over een brug en zie in de verte een rood treintje naderen dat zijn tijd neemt. Het zal me door het natuurgebied naar het strand van Barril loodsen.
Een tijd later sta ik op het strand en de oceaan is zoals steeds overweldigend. Maar één beeld zal me voor eeuwig bijblijven. Een kerkhof van ankers. Grote en kleinere ankers, sommige verroest maar nog intact, andere half afgesleten door de tijd en de kracht van het zilte water. De meeste hebben er een lange dienst op zitten, want hun taak was de netten van de tonijnvissers verankeren aan de zeebodem. Netten die zich acht kilometer lang uitstrekten en die de vis naar een groot rond net stuurden, waaruit hij niet kon ontsnappen, behalve aan de haak van een visser. Tot mijn verbijstering wogen de ankers driehonderd tot duizend kilo en werden ze door tientallen mensen naar de boten gedragen om daarna ook nog eens in zee te worden neergelaten. Niet lukraak. Nee, de ankers vormden een ingenieus netwerk en sommige moesten zelfs in elkaar haken. Hoe ze het deden, is me een groot raadsel, al doen diverse borden met tekst en beeld hun best om het me duidelijk te maken. Ik kan de brug naar het verleden niet slaan en ik vraag me af wie vandaag nog zo’n titanenwerk op zich zou willen en kunnen nemen. Terwijl ik naar de ankers kijk die mij als grafzerken aanstaren, denk ik aan de talloze vissers die hier wellicht het leven hebben gelaten.
Het treintje geeft een signaal dat het klaar is voor zijn laatste tocht van de dag. De terugrit verloopt zoals de heenrit, op wandeltempo. Ik kijk naar de lagune. Haar gezicht wordt dooraderd door plassen en stromen die door struiken en grassen van elkaar worden gescheiden. Ze is niet echt mooi, laat staan adembenemend. Ze is stil en eenvoudig. Toch straalt ze een kracht uit die niet alleen de woeste oceaan in toom houdt, maar die ook de onrust en de gejaagdheid tempert die zich soms meester maakt van de mens. Voor ik opstap, lees ik dat de tonijnvissers ditzelfde treintje namen, op hetzelfde trage ritme. In 1966 doofde de tonijnvangst uit. Mijn geboortejaar. De terugrit voelt nu helemaal anders. Toch qua beleving. De plank waarop ik zit, verbindt mijn lichaam nu met het lichaam van een visser van wie ik de naam niet ken. Toen hij de laatste keer het treintje nam omdat hier niet langer werk voor hem was, kwam ik op de wereld. Dat zal wel niet zo zijn, maar ik koester de gedachte.
Het treintje stopt schokkend. Ik kijk zover mijn ogen het toelaten en begrijp waarom de lagune naar voren wordt geschoven als een van de zeven wonderen van dit land, want terwijl de stilte me omringt, denk ik aan de fadozangeres die ik eerder deze week in Faro hoorde zingen. Haar stem hoort hier thuis, want ook de lagune heeft een Portugese ziel die de tijd overstijgt. Een ziel die zich met de mijne heeft verweven.